Over ons

Achter een intrigerend wit hek bevindt zich de landschappelijke heemtuin Wind in de wilgen. In de polder net buiten Lelystad is dit een zeer on-Flevolandse oase. In het begin aangelegd als heemtuin met landschapselementen, is Wind in de wilgen langzaam uitgegroeid tot een parkachtige tuin in landschapsstijl met daarin een perziken en abrikozen boomgaard.

Bij de tuin hoort een koffie- en theeschenkerij. Daar kunnen bezoekers onder de druiven in de serre of in de schaduw van de fruitbomen op het terras een lunch of Engelse thee gebruiken.

Panta rhei, alles is in beweging. Tijden veranderen, gedachten veranderen, de wereld verandert. Vanaf 2014 zijn we bezig om een deel van de heemtuin te veranderen in een abrikozen en perziken proeftuin/kwekerij. Ik probeer heemtuin en proeftuin te combineren. Door het veranderende gebruik zal ook de vegetatie ontwikkeling omkeren. Fruitbomen houden niet van verschraalde gronden, maar van rijkere. Ook zal er meer gemaaid worden tussen de perzikbomen. Sommige planten zullen waarschijnlijk verdwijnen en andere zoals wilde narcis, zullen van dit verrijkende beleid profiteren.  Of het geheel lukt? De tijd zal het laten zien. Vanaf 2016 zou de eerste aanleg klaar moeten zijn. Nu nog groeien en als het een klein beetje meezit staan de bomen volgend jaar eind maart/begin april 2016 in bloei. In totaal worden er ongeveer 180 verschillende rassen perziken,abrikozen en zoete amandelen aangeplant. Ook worden er boompjes gekweekt voor de verkoop.

De tuin is nu een prettige mengeling tussen aangelegde elementen en spontane natuurlijke ontwikkeling. Mijn visioen was het benaderen van het gedroomde landschap van Arcadië. Een heuvelachtig landschap waar zich beekjes en riviertjes doorheen slingeren, waar jonge herderinnetjes hun schapen laten drinken, met grazige weiden, boompartijen enzovoort. Het geïdealiseerde landschap, vrij van smetten, onaangetast. De mens niet als heerser over de natuur, maar als onderdeel ervan.
In de tuin zijn de verschillende milieus het uitgangspunt. Iedere vierkante meter heeft een vooraf voorzien milieu en bijpassend beheer. Rondom het hoofdgebouw is het beheer intensief en ligt de nadruk op uitheemse planten. Hoe verder van het huis af hoe inheemser het wordt en hoe extensiever het beheer. Ik benader de tuin op een architectonische manier, met organisch gevormde lijnen en vlakken. Veel van de lijnen in de tuin hebben als grondgedachte een natuurlijke rivierloop. Plantenvormen of –kleuren vind ik minder belangrijk. Doordat ik uitplant in “wolkenflarden” zijn er nooit massieve kleurblokken. Door het extensieve beheer is er altijd een egale en verbindende groene ondergrond, waarop de kleuren van de bloemen vluchtig lijken.

Gedurende het jaar vlammen steeds nieuwe kleuren op en doven weer uit.
Nieuwe soorten worden éénmaal aangeplant. Als het milieu goed is zullen ze zichzelf uitzaaien en verjongen. Een mooi voorbeeld is de slanke sleutelbloem. Zeventien jaar geleden heb ik zes slanke sleutelbloemen uitgeplant. Nu bloeien er meer dan duizend exemplaren, gewoon vanzelf omdat het milieu gunstig voor ze is.


Alle landschapsstijlelementen zijn aanwezig: rivierloopjes, heuvels, weides, boomgaarden. Alles in een notendop, want aangelegd op iets meer dan een hectare. Is alles dan landschapsstijl? Nee, in het geheel is dus ook een perzik proeftuin/boomgaard aangelegd.


De rassen kies ik uit op hun gebruikswaarde: voor het gebak dat we maken voor de gasten van de koffie- en theeschenkerij, gebruiken we zoveel mogelijk fruit uit eigen tuin. Nieuw is de ontwikkeling tot een gedeelte abrikozen en perziken boomgaard/kwekerij. In 2016 moet deze eerste aanleg af zijn.


Door het ecologische beheer zijn bestrijdings-middelen uit den boze. In Wind in de wilgen werken we met de natuur mee in plaats van er tegenin. In de landschapsstijl is dat ook een element van waarde. Het is gemaakte natuur waarin zich spontaan allerlei dieren en planten vestigen. Hoe meer verschillende milieus, hoe meer variatie in flora en fauna. Als de tuin verandert, verandert de flora en fauna mee. Vlak na de aanleg, toen alle beplanting nog heel klein was, kwam van de muizensoorten alleen de veldmuis voor. Naarmate de begroeiing opschoot kwamen daar de bosmuis en de dwergmuis bij. Na twaalf jaar broedde er voor het eerst een nachtegaal. Ree en vos zijn regelmatig te gast, evenals de ijsvogel.
Dit soort tuinen zijn, mits op de juiste grondsoort, ideaal voor stinzenplanten. De meeste stinzenplanten zijn van buitenlandse afkomst en sinds de zeventiende eeuw ingevoerd als sierplanten. In de half natuurlijke landschapsstijl vonden ze een biotoop dat aansloot bij hun natuurlijke omgeving. Er vond een spontane inburgering plaats. De tuin van Wind in de wilgen bevat meer dan twintig soorten stinzenplanten. Van de vroegbloeiende boerenkrokus bloeien er meer dan tienduizend in februari en nog steeds neemt het aantal toe.


In tegenstelling tot een groot deel van de Flevopolders, is de ondergrond hier geen klei maar kalkrijke zavel, een mengsel tussen zand en klei.  Mensen die Wind in de wilgen voor het eerst bezoeken, zijn steeds heel verrast deze tuin in Flevoland aan te treffen. Dat komt natuurlijk omdat alles heel natuurlijk en spontaan oogt. Pas als je goed kijkt en nadenkt zie je hoeveel werk er wordt verzet om die indruk te bestendigen.